Waar komen vervuilende stoffen in het IJsselmeer vandaan?

Oppervlaktewater is in Nederland een belangrijke bron voor drinkwater. Drinkwaterbedrijf PWN haalt bij Andijk jaarlijks zo’n 25 miljoen m³ water uit het IJsselmeer en maakt daar drinkwater van voor ongeveer 1,7 miljoen inwoners van Noord-Holland. De kwaliteit van dat water staat onder druk door zogenoemde antropogene stoffen: door de mens gemaakte stoffen zoals resten van bestrijdingsmiddelen, medicijnen en industriële stoffen. Ze komen meestal in lage concentraties voor, maar zijn voor de drinkwaterbereiding toch van belang omdat ze lastig te verwijderen zijn.

Metingen bij het innamepunt laten wél zien hóe hoog een concentratie is, maar niet waar die stof vandaan komt. Wordt het water vooral aangevoerd via de IJssel, vanuit het bovenstroomse Rijnsysteem, of spelen er lokale bronnen dichter bij Andijk een rol? Juist dat onderscheid is belangrijk, want het bepaalt waar maatregelen het meeste effect hebben.

Om hier meer grip op te krijgen heeft Het Waterlaboratorium in opdracht van PWN een bestaand rekenmodel van het IJsselmeer uitgebreid. Dit zogenoemde “bakjesmodel” verdeelt het meer in een reeks met elkaar verbonden compartimenten en berekent zo de verwachte waterkwaliteit bij Andijk. Dit model wordt door PWN gebruikt voor het voorspellen van het zoutgehalte. Anders dan zout worden veel antropogene stoffen in het water echter langzaam afgebroken, en hoe snel dat gebeurt hangt o.a. af van de watertemperatuur: bij warmer water verloopt de afbraak doorgaans sneller dan bij koud water. Daarom is het model uitgebreid met een afbraakmodule, die deze temperatuurafhankelijke afbraak voor elke stof meerekent en bepaalt hoe snel een stof gemiddeld afbreekt. Die uitkomsten zijn vervolgens vergeleken met waarden uit wetenschappelijke literatuur, om te controleren of de afbraaksnelheden die het model berekent realistisch zijn.

De resultaten laten een aantal interessante dingen zien. Voor een aantal stoffen weet het model de gemeten waarden bij Andijk goed te benaderen; voor deze stoffen wordt de kwaliteit bij het innamepunt dus grotendeels bepaald door de aanvoer via de IJssel. Bij andere stoffen wijken de berekeningen juist structureel af van de metingen, wat erop wijst dat er mogelijk nog andere bronnen in het spel zijn. Het model werkt daarmee ook als een soort kompas: het helpt onderscheiden welke stoffen vooral van bovenstrooms komen en welke een meer lokale oorsprong hebben. De volledige resultaten van deze studie worden gepubliceerd in het vakblad H2O.



Wij werken samen met

We gaan graag de samenwerking aan om mee te denken in waterkwaliteit. Wij werken samen met drinkwaterbedrijven, waterschappen, kennisinstellingen, overheden en andere professionals in de watersector. We hebben daarnaast een uitgebreid (kennis)netwerk bij universiteiten en kennisinstellingen om actuele vraagstukken in de sector snel en doelgericht aan te pakken.

Hoe beter wij de processen en uitdagingen van onze partners kennen, hoe gerichter wij kunnen ondersteunen – met analyses, onderzoek en advies die aansluiten op de praktijk. Wij richten ons daarom uitsluitend op professionele partijen en werken niet voor particulieren.

Nieuwsbrief

Meer weten? Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, inzichten en de meest recente ontwikkelingen van Het Waterlaboratorium.

"*" geeft vereiste velden aan