Een Directe Celtelling-apparaat doet precies wat de naam zegt: cellen tellen. Het Waterlaboratorium voert deze analyse al geruime tijd uit en neemt in maart een nieuw apparaat in gebruik dat deze meting nog sneller en betrouwbaarder uitvoert.
Directe Celtelling (DCT) is gebaseerd op flowcytometrie, een techniek waarbij deeltjes in stromende vloeistof worden geanalyseerd. In de medische sector is dit een veelgebruikte methode bij bloedonderzoek. Het is ook mogelijk om in water bacteriën en eencellige organismen te tellen. Deze komen van nature in water voor en zijn vrijwel allemaal onschadelijk.
Lichtverstrooiing en fluorescentie
Het tellen van cellen gebeurt met behulp van lichtverstrooiing en fluorescentie. Door specifieke kleurstoffen toe te voegen aan een watermonster, worden cellen zichtbaar wanneer ze door een laserstraal bewegen. Deze kleurstoffen binden zich aan bepaalde onderdelen van de cel, zoals het DNA in de chromosomen, waardoor ze licht gaan uitstralen (fluoresceren). Deze fluorescentie kunnen we vervolgens detecteren. De intensiteit en het patroon van de fluorescentie geven informatie over de toestand van de cel. Zo kunnen we onderscheid maken tussen levende en dode cellen, en bij levende cellen zelfs bepalen of ze biologisch actief zijn.
In een stabiel watermonster is het grootste deel van de cellen biologisch inactief (ook wel aangeduid als low nucleic acid (LNA)-cellen. Als de microbiële activiteit toeneemt, stijgt het aandeel high nucleic acid (HNA)-cellen. De verhouding tussen deze soorten cellen geeft inzicht in de biologische stabiliteit van het water.
Veranderingen monitoren
“Het is vooral belangrijk dat de aantallen cellen stabiel blijven”, vertelt Eelco Pieke, hoofd Markt en Advies bij Het Waterlaboratorium: “Grote schommelingen, zoals een plotselinge toe- of afname, kunnen wijzen op veranderingen in de waterkwaliteit.”
Roland Tschumie, vakspecialist microbiologie, legt uit dat een besmetting de microbiële samenstelling van water kan beïnvloeden. “In zo’n geval neemt het aantal biologisch actieve cellen vaak toe. Omdat wij de basiswaarden van watermonsters goed kennen, merken we afwijkingen hierin snel op. Een verandering in de samenstelling van de cellen is dan een signaal voor nader onderzoek naar de waterkwaliteit.”

Nieuw DCT-apparaat
In maart neemt Het Waterlaboratorium een nieuw DCT-apparaat in gebruik. Daarmee kunnen watermonsters sneller en nauwkeuriger worden geanalyseerd. Het apparaat kan in korte tijd veel meer metingen uitvoeren dan zijn voorganger en detecteert cellen met een hogere precisie. Voordat het volledig wordt ingezet, vindt eerst een validatie plaats om eventuele verschillen in resultaten tussen het oude en nieuwe apparaat te onderzoeken.
In eerste instantie zet Het Waterlaboratorium het nieuwe DCT-apparaat in voor totale celtelling. Op termijn kunnen mogelijk ook specifieke micro-organismen direct worden gemeten. “Met een bepaalde kleurstof kunnen we bijvoorbeeld E. coli- of Legionellabacteriën opsporen,” zegt Roland. “Dat is technisch al mogelijk, maar momenteel nog een bewerkelijk proces.” Tot nu toe worden flowcytometers vooral geleverd aan ziekenhuizen. Niet alle fabrikanten hebben ervaring met toepassingen in de watersector. De leverancier die Het Waterlaboratorium heeft gekozen, beschikt wél over deze expertise en biedt uitstekende service. Roland: “Hierdoor kunnen we klanten nog sneller en efficiënter ondersteunen bij de bewaking van waterkwaliteit.”