Het drinkwaterproces gaat 24 uur, zeven dagen per week door. Hoe stroomt water eigenlijk in en weer uit de duinen? En welke rol heeft Het Waterlaboratorium daarin? Een kijkje in de praktijk.
Klokslag negen uur ‘s morgens rijdt planner Logistiek Henk Bakker voor in een bus van Het Waterlaboratorium. Vandaag volgen we in het duingebied de route die water aflegt via het zuiveringsproces naar drinkwater. Met een speciale pas mag de bus de Waterleidingduinen in. We stoppen eerst bij de verdeelvijver. Hier komt het water binnen vanuit het Lekkanaal bij Nieuwegein. Henk: “Via natuurlijk verval stroomt het de duinen in om na ongeveer twee maanden te eindigen in verzamelbekken de Oranjekom.” In de tussenliggende weken werkt het duingebied als natuurlijk filter. Het binnenkomende water is trouwens al behoorlijk schoon, legt Henk uit. “De laatste stappen om er drinkwater van te maken zijn het moeilijkst. In ontwikkelingslanden zijn ze blij met deze kwaliteit. Als wij het drinken worden we ziek, dus die laatste procenten vervuiling moeten eruit. Denk bijvoorbeeld aan microplastics, metalen en kalk.”
Trends in vervuiling
Bij een plas verderop wijst hij naar het water: “Zie je hoe helder het is?” Vanuit infiltratiegebieden gaat de stroom verder via geulen en kanalen. Elke dag nemen medewerkers van Het Waterlaboratorium hier monsters. Ze vullen daarvoor een emmer en gieten het water in flessen voor analyse. In de loop van de tijd zag Henk diverse trends in watervervuiling voorbijkomen. “In mijn jonge jaren ging het veel over PCB’s. Daarna waren medicijnresten gespreksonderwerp en momenteel voeren PFAS en microplastics de boventoon. Er komen steeds nieuwe stoffen bij waar mensen zich zorgen over maken.”
Kraan verhitten
Bij de Oranjekom verlaat het water de duinen voor bewerking tot drinkwater in de zuiveringsinstallaties van Waternet. Henk laat in verschillende gebouwen zien hoe met behulp van zand, ozon en koolstof onder meer organisch materiaal, medicijnresten en kalk uit het water worden gefilterd. Onderweg komen we Henks collega Sander de Boer tegen. Hij neemt vandaag op het zuiveringsterrein watermonsters. In het Spoelwatergebouw laat hij zien hoe dat gebeurt. Eerst gaat de kraan vol open. Vervolgens meet Sander of het water een constante temperatuur heeft: “Zo weet ik zeker dat ik geen water uit de leiding opvang.” Met een gasbrander verhit hij de leiding. “Ik wil stoom zien. Dan is de temperatuur hoog genoeg om eventuele bacteriën te doden.” Hij richt hij de vlam ook op de mond van de kraan om die bacterievrij te maken en dan is alles voorbereid om de flessen te vullen.
En door….

In enkele monsters gaat een vloeistof die het water fixeert. “Je wilt het houden zoals het is bij afname”, aldus Sander. Sommige flessen spoelt hij voor. Terwijl een fles zich vult, houdt hij de dop omgekeerd, zodat er niks in kan vallen. Op deze locatie heeft hij vanmorgen op twaalf plekken water verzameld. Nu door naar Hoofddorp voor nog zes en dan brengt hij alles naar het lab. Daar worden de meeste monsters direct geanalyseerd. “Pompstations bemonsteren we elke dag. Dus file of een lekke band is pech, het móet gewoon gebeuren. Want voor goede drinkwaterkwaliteit moeten we het hele zuiveringsproces continu volgen.”