De Rijn is voor vijf miljoen mensen in Nederland een bron voor drinkwater. Eind vorige eeuw was de rivier sterk vervuild. Tegenwoordig gelden strengere regels voor lozingen, toch belanden er nog allerlei stoffen in de rivier die de drinkwaterzuivering ingewikkeld en kostbaar maken. Daarom blijft aandacht voor de waterkwaliteit hard nodig.
Het Waterlaboratorium voert voor de drinkwaterbedrijven PWN, Waternet en Dunea dagelijks routinemetingen uit. “We weten uit diverse onderzoeken dat in het Nederlandse stroomgebied van de Rijn zowel bekende als onbekende stoffen in het water zitten,” zegt Zoey Warmerdam, senior adviseur Chemische waterkwaliteit. “Een deel daarvan stroomt vanuit het buitenland hierheen, een ander deel komt er in Nederland bij. Het liefst wil je natuurlijk helemaal geen vervuiling; de realiteit is anders. Gelukkig zijn er in Nederland goede zuiveringsinstallaties, zodat je water uit de kraan veilig kunt drinken. Maar hoe minder intensieve zuivering nodig is, hoe beter.”
Waterkwaliteit
Omdat van water uit de Rijn drinkwater wordt gemaakt, is het belangrijk de waterkwaliteit doorlopend te volgen. Langs het stroomgebied staan fabrieken die proceswater lozen. Ook PFAS, bestrijdingsmiddelen uit de landbouw en resten van medicijnen komen in de rivier terecht. Tijdens het zuiveringsproces halen drinkwaterbedrijven allerlei schadelijke stoffen uit het water. Tegelijkertijd staat van veel onbekende stoffen niet vast of ze schadelijk zijn voor mens en milieu. Zoey: “Naast onze standaardmetingen wilden we via een eenmalige meetcampagne voor het Nederlandse deel van de Rijn het chemische profiel in beeld brengen. Dit helpt drinkwaterbedrijven te bepalen welke stappen nodig zijn in de zuivering.”
Meetlocaties
Voor het project Chemical footprint van de Rijn zijn op zestien locaties watermonsters genomen. Te beginnen bij Lobith, waar de rivier Nederland binnenstroomt. “Dit laat zien wat er stroomopwaarts in het water is gekomen,” aldus Zoey. Vanaf de plek waar de Rijn zich splitst richting de IJssel en richting de Nederrijn zijn respectievelijk zes en vier meetlocaties gekozen aan beide kanten van de rivier. “Ook in het Amsterdam-Rijnkanaal en het Lekkanaal hebben we gemeten, omdat deze de waterlopen kruisen. We wilden een zo breed mogelijk beeld.”

Emissiebronnen
Over het algemeen ziet de chemische waterkwaliteit er goed uit ondanks aanwezige verontreinigingen, blijkt uit de resultaten. Zoey: “Wat opvalt is dat na de splitsing van de Rijn de chemische samenstelling verandert. Er stroomt meer water door de Nederrijn, die later overgaat in de Lek, dan door de IJssel. Dit maakt de waterkwaliteit daar stabieler. In de IJssel is de invloed van emissiebronnen sterker door bijvoorbeeld industrie en steden langs de oevers. Deze constateringen zijn overigens niet nieuw, ze bevestigen eerdere onderzoeksresultaten.”
Aandachtspunten
Als een eenmalige meting geen opvallende nieuwe uitkomsten voortbrengt, waarom is deze dan toch nuttig? “De locaties van de routinemetingen liggen ver uit elkaar”, legt Zoey uit. “Je ziet daardoor minder duidelijk waar en wanneer zich een verandering voordoet. Voor dit verkennende onderzoek hebben we extra metingen gedaan tussen de routinemeetpunten in. Met als doel een beeld te krijgen van de algehele chemische waterkwaliteit en van bekende en onbekende stoffen in het water. Dat brengt aandachtspunten naar voren om nader te onderzoeken. Meer inzicht in de waterkwaliteit vanaf de bron biedt drinkwaterbedrijven mogelijk ook kansen om de kwaliteit van het innamewater te beïnvloeden. Dat is belangrijk omdat de vraag naar drinkwater groeit, terwijl we mede door klimaatverandering vaker tekorten kunnen verwachten. Daar is de afgelopen zomer een treffend voorbeeld van.”
