Voor het aantonen van bacteriën in water gebruikt Het Waterlaboratorium al deels RT-PCR-testen. Deze zijn gebaseerd op DNA-technieken in plaats van kweek. ‘Het is de toekomst voor werken aan waterkwaliteit’, zegt groepshoofd Biologie Rob van Gijlswijk.
Begin 2026 moesten 85.000 huishoudens in Amersfoort bijna twee weken hun drinkwater koken voor gebruik. In water bij een pompstation was namelijk de enterokokkenbacterie aangetroffen. Deze bacterie komt van nature voor in menselijke ontlasting en is zelf niet per se gevaarlijk. In de waterzuivering worden enterokokken markerbacteriën genoemd: hun aanwezigheid geeft aan dat er mogelijk andere, wél ziekmakende bacteriën of virussen in het water zitten.
Secuur controleren
Een besmetting valt niet altijd te voorkomen, omdat er nu eenmaal onderhoud nodig is aan het waternetwerk en leidingen kapot kunnen gaan. “Belangrijk is vooral hoe je met zo’n situatie omgaat”, zegt Rob van Gijlswijk, groepshoofd Biologie bij Het Waterlaboratorium. “In Nederland zijn de regels heel streng over wat er wel en niet in het drinkwater mag zitten, dus de controle moet uiterst secuur gebeuren. Daarbij is ook snelheid geboden, want het drinkwaterbedrijf mag een leiding pas weer vrijgeven als deze volledig besmettingsvrij is. In Amersfoort nam dit proces meerdere dagen in beslag.”

Ter plekke testen
Afhankelijk van de aangetroffen bacterie laat een kweek soms drie tot vier dagen op zich wachten. Met RT-PCR (Reverse Transcription Polymerase Chain Reaction) is dat een kwestie van uren. Rob: “De meeste waterlaboratoria in Nederland gebruiken deze techniek inmiddels, vooral bij leidingbreuken. Dan wil je zo snel mogelijk weten of je voldoende gespoeld hebt en het water weer aan alle eisen voldoet. Ons doel is de PCR-reactie nog verder te versnellen en zo simpel te maken dat je ter plekke bij een leiding kunt aantonen of er nog bacteriën in het water zitten.”
Bewezen techniek
RT-PCR werkt op basis van het erfelijk materiaal van bacteriën. Door dit om te zetten in DNA en dat veelvuldig te kopiëren, wordt zelfs een minieme hoeveelheid zichtbaar. Bij een kweek moeten de bacteriën zich eerst vermenigvuldigen; dat duurt veel langer. Het Waterlaboratorium wil daarom samen met de watersector RT‑PCR vaker inzetten als aanvullende analysetechniek. Rob: “Voor de E. colibacterie is op Europees niveau al een norm ontwikkeld en we werken aan normen voor andere bacteriën. Medische laboratoria – die bijvoorbeeld bacteriën moeten aantonen in lichaamsweefsel – hebben de overstap jaren geleden gemaakt. De techniek heeft zich dus al bewezen, maar we zijn ook afhankelijk van aanpassingen in wetgeving.”
Welke uitslag klopt?
Bij controles in water komt het voor dat een RT-PCR-test een positieve uitslag geeft en een kweek negatief blijkt. Rob: “Wij komen er steeds meer achter dat niet elke bacterie zich even goed laat kweken. Dat geldt zeker voor enterokokken. Een RT-PCR-test toont ze wel aan, maar het is ingewikkeld discussiëren over welke uitslag de juiste is. Binnen de watersector wordt bij afwijkende uitslagen kritisch gekeken naar de interpretatie van nieuwe analysetechnieken. In onze visie en die van collega-labs hebben DNA-technieken grote voordelen ten opzichte van kweek. Ze maken het makkelijker om te automatiseren en meer data te verzamelen over de mogelijke aanwezigheid van bacteriën. Op die manier krijg je sneller een beter betrouwbaar beeld van de waterkwaliteit.”
